Een avontuur

Begin november 2018 heb ik bij het WMO taxivervoer aangevraagd omdat het verplaatsen met OV van moeizaam naar bijna niet meer mogelijk was gegaan. De gemeente heeft vanaf de dag van aanvraag maximaal 8 weken de tijd om dit te regelen.

10 weken na de aanvraag krijg ik na veel mailen eindelijk bezoek van de gemeente. De persoon in kwestie snapt dat er wat geregeld moet worden. ‘Het zal snel in orde zijn’, zo zegt hij.
Weer heel wat weken later is er nog steeds niets in orde. Na weer veel heen en weer mailen, komt er dan toch wat schot in de zaak.

Zucht. Frustratie all over the place.

Eindelijk, in april 2019 is het zover: ik ben in bezit van de taxi-pas. Dit blijkt echter de verkeerde te zijn, ik kan er alleen lange afstanden mee rijden. De korte-afstanden-pas heb ik niet. Bij de gemeente snappen ze dit niet omdat dit niet kan. Ze denken dat ik het allemaal niet begrijp en proberen me elke keer weer uit te leggen dat ik voor afstanden van minder dan 25 km die andere pas moet gebruiken. Zucht. Frustratie all over the place.
Na weer veel bellen en mailen, ben ik een paar weken later ook eindelijk in het bezit van de korte-afstanden-pas. Hoewel ik me soms heel gehandicapt voel in zo’n taxi, ben ik er ook heel erg blij mee. Het voelt als een stukje zelfstandigheid dat ik voorheen niet meer had.

Sinds een paar weken maak ik dus dankbaar gebruik van de korte-afstanden-pas. Zo ook gisteren, de dag van de staking in het OV.
Ik moet even naar de apotheek, die om verschillende redenen nog in Ede zit.  De heenweg gaat prima. Maar de terugweg is een ander verhaal.

Als je om 4 uur een taxi bestelt, kan die arriveren tussen kwart voor 4 en kwart over 4. Na het gebruikelijke half uurtje speling en nog wat minuten, is er nog geen taxi te bekennen. Ik bel  met de centrale. ‘De taxi is onderweg mevrouw, hij is in de buurt.’ Ik ben intussen neergezakt op de grond, met een grote tas van de AH vol medicijnen naast me. Verschillende mensen vragen aan mij of het wel goed gaat.

Ik ben oké. Ik wacht gewoon op de taxi.

Ik schijn lijkbleek geworden te zijn van vermoeidheid, heb dikke ogen en voel me beroerd. Maar ik ben soort van oké, ik wacht op de taxi. De mensen lopen gerustgesteld weer door.
Ik bel nog een keer met de centrale. Ze weten niet goed wat de oorzaak is, behalve de drukte. Een andere taxi sturen kan normaal gesproken wel, maar nu pas over ruim een uur. Ik besluit om te wachten op mijn ‘eigen’ taxi.

Als de taxichauffeur eindelijk arriveert, moet hij me bijna de auto in slepen. Ik kan niet meer. Eenmaal in de taxi ben ik te moe om te praten. Gelukkig heeft deze man dat snel door en laat hij me na de mededeling met rust. De mededeling is als volgt: voor we naar Lunteren gaan, moeten we eerst naar Bennekom om iemand op te halen. Ik word boos, verdrietig, ik overzie het niet. Via Bennekom naar Lunteren is vet om…! Maar dat alles speelt zich binnen in mij af, ik hang uitdrukkingsloos in de auto en zeg niets.

Bijna ondersteboven hangend word ik na een rit van ruim 3 kwartier thuis afgeleverd. Een rit die gewoonlijk 10-15 minuten duurt. De chauffeur trekt me de auto uit en helpt me met mijn tassen. Uitgeput rol in mijn bed in. Ruim 3 uur later thuis dan gepland en gedacht. Eten gaat ‘m niet meer worden vanavond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s